Frits Spits: ‘Ik vind radio nog steeds betoverend’

Radiocoryfee Frits Spits viert deze maand zijn vijftigjarige jubileum. Als 25-jarige was hij in 1973 voor het eerst op de radio. Nog steeds noemt hij het medium ‘magisch’ en legt hij zijn lat hoog.

Je bedacht ooit het woord ‘programmageluk’. Wat is dat?

“Dat is mijn geluksgevoel wanneer alle elementen van een radioprogramma als een puzzel in elkaar vallen en het eigenlijk nog mooier is dan wat ik vooraf in mijn hoofd had. Dat kan gebeuren tijdens een mooi interview maar ook bij een mooie plaat. Pas draaide ik in De taalstaat het nummer ‘Hou me vast’ van het nieuwe album van Wende. Dat is zo’n huiveringwekkend mooi lied. Op zo’n moment lijkt in een uitzending ineens of alles stilvalt en er een extra dimensie ontstaat. Dat is programmageluk.”

Weet je nog wanneer je dat voor het eerst meemaakte?

“Tijdens mijn allereerste keer op de radio. In 1973 mocht ik bij de NOS een uurtje radio maken in het programma Proefdraaien. Het allereerste liedje dat ik toen draaide was ‘Showdown’ van ELO. Daar ging natuurlijk een hartstochtelijke aankondiging van mij aan vooraf. Mijn teksten waren toen nog erg gedragen en soms ook pathetisch. Als ik dat nu terugluister, denk ik: dat had wel een onsje of twee minder gekund. Maar toen stond ik daar helemaal achter.”

Vanaf 1978 kende heel Nederland jou van De avondspits. Was je toen nog leraar?

“Daarmee ben ik toen gestopt, die twee kon ik niet combineren. Maar mijn band met de Nederlandse taal wilde ik niet kwijt, dus ik ben wel weer begonnen aan een studie Nederlands. Ik woonde nog in Eindhoven, ging met de trein naar Utrecht, volgde daar mijn colleges aan de universiteit en reed daarna door naar Hilversum om De avondspits te presenteren.”

Het hele interview leest u in de Avrobode van week 40. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Ernest Marx