In Nederland is kunst overal. Presentator Jörgen Tjon A Fong en kunsthistoricus Cathelijne Blok gaan voor het nieuwe programma Kunst in het wild op zoek naar bijzondere kunstwerken in de openbare ruimte.
“Ik ben opgegroeid in Oudenbosch, een dorp in Brabant, waar mijn vader arts was. Cultuur was belangrijk in ons gezin, en carnaval hoorde daarbij. Als kind vierde ik het uitbundig. Ik ging verkleed als bloem en één keer zelfs als Chinees – ik weet niet of dat nu nog zou kunnen. Mijn opa komt uit China, daar ben ik trots op. Mijn liefde voor gezamenlijke cultuurbeleving, zoals samen hossen op carnavalsmuziek, is in Oudenbosch ontstaan. Ik heb goede herinneringen aan die tijd en aan de onderlinge verbondenheid.”
“Het is een cultuuruiting. Kunst is niet voorbehouden aan de elite, kunst is voor iedereen. Kunst in het wild sluit daarbij aan. We nemen iedere aflevering een regio onder de loep. In Brabant ging ik naar plekken die ik kende uit mijn jeugd, maar nu zag ik ze met compleet andere ogen. Door naar kunstwerken in de openbare ruimte te kijken, zie je de identiteit van een stad op een andere manier. We hebben gefilmd bij het carnavalsmonument De puit in Oudenbosch, dat is Brabants voor ‘kikker’. Tijdens carnaval waren wij ‘puiten’ en heette het dorp ‘Puitenol’.”
Jörgen kijkt terug op een heerlijke jeugd in dat dorp. “Dankzij mijn moeder, mijn vader overleed toen ik 5 was. Ze heeft ons zo breed mogelijk willen opvoeden en ons zoveel mogelijk van de wereld willen laten zien. Ze was heel ondernemend, dat heb ik van haar. En ze gaf me veel vrijheid: ik kon gaan en staan waar ik wilde. Daardoor leerde ik overal mogelijkheden en kansen zien. Ik voelde wel al jong dat het leven dat ik zocht zich niet in Brabant afspeelde, ook al zat ik in een fijne sociale omgeving: ik miste de prikkels die een stad kon bieden. Mijn moeder had dat ook.”
“Mijn moeder vond dat cultuur bij de opvoeding hoorde. Ze nam ons van jongs af aan mee naar musea en concerten. Bij mij sloeg dat aan. In Oudenbosch was ik al eens met mijn klas naar het schooltoneel geweest. Ik herinner me het op een sprookje gebaseerde stuk De blauwe vogel en De toverdeur, waarin de hoofdpersoon allerlei nieuwe werelden ontdekte. Ik ging helemaal op in die fantasie en voelde: ik wil ook op het toneel staan. Toen ik dat aan mijn moeder vertelde, regelde ze dat ik kon meespelen in een jeugdtheatervoorstelling. Daar is mijn liefde voor acteren ontstaan.”