Dagmar Oudshoorn heeft een zware, verantwoordelijke baan: ze is directeur van mensenrechtenorganisatie Amnesty International. In bakken vindt ze ontspanning. Ze doet voor de tweede keer mee aan Heel Holland bakt.
“Tussen alle lelijke dingen in de wereld vind ik Heel Holland bakt een heel mooi programma. Er zit iets lichts in. Toen de kans voorbijkwam om opnieuw mee te doen, dacht ik: waarom niet? De afleiding is fijn en misschien wil ik stiekem ook een beetje laten zien dat ik heus wel kan bakken en dat het ook prima is als er iets gruwelijk mislukt. Maar bovenal is het gewoon puur plezier.”
“Ja, het compenseert elkaar wel. In mijn werk zie ik niet altijd de mooiste kanten van de wereld. Ik hoor indrukwekkende, verdrietige en soms heel lelijke verhalen. Zaken waarover ik me ontzettend boos kan maken. Het is heel fijn dat er ook iets anders is. Dat ik ook de mooie dingen in de wereld kan blijven zien. Ik houd van die lichtpuntjes. En bakken brengt me ontspanning. Ik zit veel in mijn hoofd, ben veel bezig met strategie, met afwegen en nadenken. Het is heerlijk om dan iets met mijn handen te doen.”
“Toen ik veertien was, had ik een bijbaantje bij een bakkerij in Goes, maar de bakliefde begon al eerder. We hadden het vroeger niet breed thuis. Eerst hadden we alleen een wonderpan, waarmee je op het fornuis een cake kon bakken. Later kwam er een klein elektrisch oventje; daarin bakten mijn moeder en ik echt van alles. Ik herinner me platen vol kruidnoten. Voor mij gaat bakken vooral om gezelligheid en om het plezier van delen. Ik bak eigenlijk nooit voor mezelf, maar altijd om anderen een plezier te doen. Zet een taart op tafel en iedereen is blij. Ik neem ook regelmatig baksels mee naar mijn werk, en dat deed ik op eerdere werkplekken ook. Voor mij is het een manier om mijn waardering te laten zien. Eten is liefde.”