Angela Groothuizen is te gast bij Herman van der Zandt in ‘De reünie’. Ze ontmoet daarin deelnemers en collega’s uit het allereerste seizoen van Wie is de Mol?, dat ze in 1999 presenteerde.
Trams, auto’s en fietsers zoeven aan haar keukenraam voorbij. Angela Groothuizen woont op een van de drukste plekken van Amsterdam. Die drukte past bij haar, zegt ze aan de keukentafel op de eerste verdieping. “Ik vind het heerlijk. Moet je kijken wat een uitzicht!”
Drukte was er de laatste maanden ook in haar werk. “Ik ben nog aan het bijkomen. Eigenlijk wil ik niet meer zoveel werken, maar het is zo leuk. Vanaf januari zing ik met het strijkorkest Kamareta Zuid de voorstelling ‘Grijs gedraaid’ voor ouderen, met daarin veel evergreens. En in die maand begint ook ‘De grote jaren 80 show’, een voorstelling met een quiz en veel muziek die ik samen met Erik van der Hoff maak.”
“Helemaal niet, maar als je lang in Hilversum en in de muziekwereld rondloopt, komen dit soort projecten vanzelf op je pad. In De reünie zit ik met de mensen met wie ik ruim 25 jaar geleden Wie is de Mol? heb opgezet. Het eerste seizoen speelde zich af in Australië, toen nog met onbekende Nederlanders. Er ging van alles mis. We hadden bijvoorbeeld een labyrint-spel bedacht in een korenveld. Zag er op beeld prachtig uit, met camera’s boven de doolhof. Uiteindelijk hebben we het toch moeten schrappen: in dat korenveld bleken vier van de gevaarlijkste diersoorten van Australië te leven. Het was de hele tijd aanpassen. Nu is Wie is de Mol? een geoliede machine, maar toen…”
“We vertrokken in oktober 1999. Ik had een rotjaar achter de rug: mijn stem had het begeven, waardoor ik een theatertour moest afzeggen; mijn vader en mijn beste vriendin waren net overleden. En ik had die kleintjes. Toen de Avro me vroeg om naar Australië te gaan, besloot ik mijn oppas mee te nemen. Die meiden konden geen weken zonder mij en ik ook zeker niet zonder hen. Dat kostte me uiteindelijk ongeveer evenveel als ik met het programma verdiende, haha. Het was een intensieve, maar ontzettend leuke tijd.”
Tekst: Bram de Graaf