Ewout Genemans volgt twaalf agenten in Bureau Groningen. Het is de achtste serie en de presentator zag in die jaren veel vreselijks.
“Ik verbaasde me vooral over de hoeveelheid meldingen. De politie heeft het er druk met drugsvondsten, ernstige verkeersongelukken, mensen die zich misdragen tegen de politie. Dat dringt niet zo door tot de Randstad.”
“In de eerste aflevering zit meteen een melding van een lichaam in de gracht. Het is heel lang onduidelijk hoelang deze persoon erin ligt. Is dat pas net zodat de politie te water kan om een leven te redden? Of ligt het er al langer en moeten sporen in veiligheid gebracht worden? We willen de twaalf agenten beter leren kennen. Dat werkt het best bij dit soort meldingen waarbij ze echt aan de bak moeten.”
“De jacht op een nepagent. Dat gebeurt best vaak: criminelen die zich voordoen als agent. Ze bellen vaak aan bij oude mensen die dan hun spullen afgeven om ze zogenaamd ‘in veiligheid’ te brengen. Dat doen ze heel gewiekst, met gladde praatjes en nagemaakte pasjes. Het is lastig die mannen te pakken, ze zijn de politie vaak te slim af. In een van de afleveringen horen de agenten via de porto dat er zo’n nepagent actief is. Ze gaan meteen naar de plek waar zijn auto gesignaleerd is. Ander voorbeeld. In de eerste aflevering zit een vrouw die… Nou ja, laat ik zeggen, nogal wat drankproblemen heeft en in een burenruzie belandt. Ze heeft een kind en de agenten moeten inschatten of die mevrouw wel voor dat kind kan blijven zorgen. Dat emotioneert de mannelijke agent.”
Tekst: Maarten van der Meer