Jeroen Wollaars: ‘Praten is mijn rode draad’

Het huidige klimaat waarin verslaggevers worden belaagd, baart Nieuwsuur-presentator Jeroen Wollaars zorgen. Toch is hij dankbaar dat hij deze tijden mag verslaan. ‘Het zijn ongekende tijden.’

Voel jij je als tv-journalist net zo belaagd? De laatste tijd is er veel agressie tegen je collega’s.

“Gelukkig, nu wordt het serieus. En dat is maar goed ook. Want ik ben echt geschrokken van de radicalisering in Nederland. Bedreigingen, beveiligers pepperspray in het gezicht spuiten. Het loopt uit de hand. Natuurlijk is het een kleine minderheid die dat doet, het is belangrijk om ons dat te realiseren. Het idee heerst bij hen dat journalisten niet aan de kant van de burger staan maar er tegenover. Alsof Den Haag bepaalt wat wij uitzenden! Onzin. Maar sommige politieke stromingen voeden dat en dat baart me grote zorgen. Daarom ga ik daar fel tegenin.”

Raakt de coronacrisis je ook persoonlijk?

“Ik verkeer in de gelukkige positie dat ik een vaste baan heb en niet thuis hoef te werken, maar mijn ouders zijn zeventigplus en over hen maak ik me zorgen. Ik zie ze weinig. Ik ben sowieso erg voorzichtig, want in de studio zit ik tegenover de Van Dissels en Gommersen van deze wereld. We nemen geen risico’s.”

Mis je de vrijheid niet?

“De vrijheid van een correspondent is fantastisch. Het reizen, onderwerpen bedenken, vooraan staan bij het nieuws. Maar er was ook een andere kant: tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 was ik 24 uur per dag in touw, sliep nauwelijks. Nu spreek ik vanuit de studio met beleidsmakers, ministers en soms zelfs buitenlandse staatshoofden.”

Het hele interview leest u in de Avrobode van week 7. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Bram de Graaf